Vergeet niet dat je vader deze luchthaven heeft helpen bouwen zodat jij kan vliegen. Ik hoor het mijn vader zeggen telkens wanneer ik op Guarulhos, de luchthaven van São Paulo, een vliegtuig neem. En vergeten doe ik het nooit, maar het duurde even voordat het tot me doordrong. Vader de vrachtwagenchauffeur komt even langs huis om zijn vrouw en kinderen te zien. Hij komt, maar is ook zo weer weg. Ze kwamen aanwippen, hij en zijn truck, een koppel, een twee-eenheid bijna, die soms nadrukkelijk aanwezig was, maar nooit voor lang. Ik, als jochie, wilde dat ze bleven, wilde dat ze weggingen, wilde met hen mee.

Exact dezelfde woorden sprak hij toen we op weg waren naar dat vliegveld in augustus 2009, de dag waarop ik naar de Verenigde Staten vertrok om een PhD in de sociologie te gaan doen. In de maanden voorafgaand aan mijn verhuizing liet ik hem diverse keren op een kaart zien waar de staat Michigan ligt. We berekenden de afstand tussen Jaú en Ann Arbor, waar ik de volgende zes jaar zou verblijven. Mijn vader weet niet wat er allemaal omgaat in de universitaire wereld, hij is niet bekend met de academische taal en rituelen. Hij heeft een vaag idee van wat het betekent om promotieonderzoek te doen. Maar van afstanden weet hij des te meer.

[…..]

Hoe vertel je het levensverhaal van een gewone man? Ik word uitgedaagd door de stilte van de bronnen, het ontbreken van getuigenissen van degenen die het zware werk opknappen, die hun verhalen met handen en voeten schrijven, met gesproken en gezongen woorden, met bloed, zweet en tranen. Ik probeer het gebied te betreden van de mensen die kwamen en gingen en niet de gewoonte hadden om foto’s te maken, zelden een dagboek bijhielden, geen interviews gaven en niet werden gefilmd. Net als Brecht zoek ik de mensen die de paleizen en stadsmuren bouwen, niet de edellieden en generaals die het bevel voeren; de koks, chauffeurs, tuinlieden en schoonmakers, en niet de hoogwaardigheidsbekleders in de salons van de macht.

Een vergeten held. Na vijftig jaar op de vrachtwagen, op de baan, kan ik ’t met zekerheid zeggen: een trucker is een vergeten held. Hij wordt slecht behandeld, met de nek aangekeken. Alleen jullie vergeten me niet. Niemand waardeert ons, niemand. Niemand ziet hoe zwaar ’t is om voor dag en dauw je nest uit te komen, te sappelen tot halftwaalf, twaalf uur ’s nachts, zonder eten, terwijl je constant ’t risico loopt om te verongelukken of te worden beroofd, en hoe vreselijk ’t is om niet bij je gezin te zijn.

Ik hoor hem graag praten over alledaagse zaken, over de indrukken en kleine dingen van het leven die het ritme van alledag aangeven: ‘de alledaagse gevoelens, gedachten en woorden. Ik probeer het wezen van de geest te pakken te krijgen,’ zoals Svetlana Aleksijevitsj het omschrijft. Ik betrap mezelf er vaak op dat ik precies wil weten hoe het er tijdens zijn stops onderweg aan toe ging, waar hij at of zich waste, hoe het daar rook, met wie hij praatte. Wat hij heeft gezien en me vertelt, wat hij me nooit zou vertellen, wat hij zich meent te herinneren, wat al diep is weggezakt in zijn geheugen of wat met enige fantasie opnieuw wordt opgediept.

Eerst en vooral: ik wil me niet laten leiden door mijn academische achtergrond, en het is niet mijn bedoeling een sociale geschiedenis van de Braziliaanse vrachtwagenchauffeurs te schrijven of een sociologisch tijdsbeeld te schetsen van een beroepsgroep waarvan mijn vader een ‘casus’ zou zijn.

Dit is ook geen biografie. Hoe nieuwsgierig ik ook ben, het gaat me er niet om ‘de ware feiten’ aan het licht te brengen, de exacte informatie over waar hij allemaal is geweest, met wie hij omging, hoeveel hij verdiende en hoe groot zijn schulden waren. Mijn vader kan niet op die manier worden beschreven, want die vader bestaat niet. Wie wel bestaat, is de man die José Bortoluci heet, Braziliaan, geboren in 1943, als zoon van Demétria en João, in het buurtschap Campinho, in het buitengebied van de gemeente Jaú, gehuwd met Dirce, vader van José Henrique en João Paulo, katholiek, vrachtwagenchauffeur, supporter van de voetbalclub Palmeiras, geweldige kok, zwaar hartpatiënt sinds zijn achtenveertigste, ‘arbeidsongeschikt’ verklaard en momenteel kankerpatiënt. Dat zou het werk zijn van een biograaf, maar biografen houden zich niet bezig met het leven van mensen zoals hij, een arbeider, een gewone man, die weinig heeft gelezen en geschreven, geen vakbondsleider of legercommandant is geweest, geen land heeft bestuurd of grondgebied heeft veroverd.

Uit: O que é meu (Editora Fósforo, 2023)

In O que é meu (Wat van mij is) wordt het levensverhaal van een Braziliaanse vrachtwagenchauffeur verteld vanuit het perspectief van zijn zoon, de socioloog José Henrique Bortoluci (Jaú, 1984). Aan de hand van een reeks gesprekken met zijn vader Didi, die tijdens zijn lange loopbaan het hele land doorkruiste en zo zijn bijdrage leverde aan de vele megalomane infrastructuurprojecten onder de militaire dictatuur in de jaren zeventig, schetst Bortoluci een beeld van het leven van een man tegen de achtergrond van de geschiedenis van een land. Zijn beschouwingen wisselt hij af met de letterlijke weergave van de woorden van zijn vader (in bovenstaand fragment in cursief), die eind november 2023 overleed maar de publicatie van zijn zoons boek en de positieve ontvangst ervan gelukkig nog heeft meegemaakt.

Ontdek meer van De melodie en het geluid

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder