Afonso Reis Cabral

Afonso Reis Cabral (1990) werd geboren in Lissabon maar groeide op in Porto. Zijn schrijftalent heeft hij van geen vreemden: hij is de achter-achterkleinzoon van Eça de Queiroz (1845-1900), een van Portugals beroemdste schrijvers. Hij kreeg al vroeg belangstelling voor taal en schreef zijn eerste gedichten toen hij negen jaar was. Op zijn vijftiende publiceerde hij de dichtbundel Condensação (2005). De keuze voor een studie Portugese taal en letterkunde lag dan ook voor de hand. In 2014 won hij de Prémio Leya (een prijs voor nog ongepubliceerde manuscripten) voor zijn debuutroman O meu irmão,  een boek over de relatie tussen twee broers van wie de jongste het syndroom van Down heeft. 

Eind 2018 volgde zijn tweede roman, Pão de Açúcar, die in 2019 werd bekroond met de Prémio Saramago. Dit boek, gebaseerd op een waargebeurd verhaal (de zaak-Gisberta, die in 2006 veel stof deed opwaaien in Portugal) gaat over een groep probleemjongeren in Porto die zich schuldig maken aan zinloos geweld. In 2019 volgde Leva-me contigo, het verslag van een voettocht door Portugal.

In 2025 verscheen zijn langverwachte derde roman, O último avô, een familiegeschiedenis die zich afspeelt tegen de achtergrond van de koloniale oorlog in Afrika.

Afonso Reis Cabral schrijft ook columns voor de krant Jornal de Notícias en is voorzitter van de Stichting Eça de Queiróz, die de nalatenschap van de beroemde schrijver beheert.

Van deze auteur vertaalde ik fragmenten uit:

(Foto © Vitorino Coragem)